Naar de hoofdinhoud gaan

Mahabharata

Artikel

Deze tekst biedt een uitgebreide inleiding tot de Mahabharata, een van de grootste en belangrijkste epische werken uit India. Na een beschrijving van de omvang, betekenis en ontstaansgeschiedenis volgt een samenvatting van het kernverhaal over de dynastieke strijd tussen de Pandava’s en Kaurava’s. Vervolgens worden de belangrijkste personages, de structuur in achttien parva’s en enkele bekende deelverhalen besproken.

Wat is de Mahabharata?
#

De Mahabharata (Devanagari: महाभारत, fonetisch: Mahābhārata), soms ook Bharata genoemd, is een zeer omvangrijk religieus en filosofisch epos uit India. Samen met de Ramayana vormt het een belangrijke culturele hoeksteen van het hindoeïsme.

De Mahabharata is het op twee na grootste literaire werk ter wereld, na het epos van koning Gesar en Manas, en bestaat uit achttien delen (zogeheten parva’s), die elk weer onderverdeeld zijn in kleinere delen. De titel (met de klemtoon op bha) is afgeleid van Maha (Sanskriet: groot) en Bharata (Sanskriet: India, wereld, alles, en in de stam bharat: de wereld dragen). Mahabharata betekent dus zoiets als ‘het grote India’, ‘de gehele wereld’ of ‘grote stut’. Het werk is onderdeel van de zogenaamde Hindoe itihasa (letterlijk: dat wat gebeurd is) en bevat in zijn meest uitgebreide versie meer dan 100.000 verzen, waardoor het ongeveer vier keer zo lang is als de christelijke Bijbel en zeven keer zo lang als de Ilias en de Odyssee samen.

Betekenis
#

Met zijn enorme omvang, filosofische diepgang en grote reikwijdte vormt de Mahabharata als het ware de belichaming van zowel groot India (en de wereld) als van haar rijke spirituele traditie. In zijn reikwijdte is de Mahabharata meer dan slechts een verhaal over koningen en prinsen, heiligen en wijzen, demonen en goden. Vyasa zegt dat de Mahabharata zich onder andere richt op het verklaren van de vier levensdoelen: kama (begeerte), artha (rijkdom), dharma (spiritueel doel) en moksha (bevrijding). Het verhaal komt tot zijn hoogtepunt in moksha, wat door velen in India en daarbuiten wordt gezien als het ultieme menselijke levensdoel. Karma en dharma spelen een integrale rol in de Mahabharata.

Achtergrond en geschiedenis
#

Volgens de overlevering werd het epos gedicteerd door de wijze Vyasa, die de strijd zelf zou hebben meegemaakt en die zichzelf een plaats geeft als een van de grote dynastieke personages in het epos. In het eerste deel van de Mahabharata wordt duidelijk gemaakt dat het Ganesha (de hindoegodheid met het hoofd van een olifant) was die, in opdracht van Vyasa, het epos op schrift stelde.

In het eerste millennium voor onze jaartelling werd de Mahabharata mondeling overgeleverd door reizende barden en priesters. Dit maakte het mogelijk dat voortdurend nieuwe verhalen konden worden ingevoegd en dat regionale varianten konden ontstaan. Het centrale verhaal bleef echter ongeveer hetzelfde. Rond 350 n.Chr. werd het voor het eerst in zijn geheel opgetekend in het Sanskriet. Na het jaar 1000 verschenen ook versies in vele andere talen van het Indiase subcontinent.

De huidige Mahabharata zou zijn voorafgegaan door een veel korter werk, dat Jaya (Overwinning) heet. Het dateren van de gebeurtenissen in het verhaal is moeilijk. Weinig mensen kunnen de gebeurtenissen op een betrouwbare wijze plaatsen in het India van rond 1500 v.Chr. Er staan wel bijzondere astronomische gebeurtenissen (zoals verduisteringen) in de Mahabharata, die volgens sommige onderzoekers zouden kunnen wijzen op een datering rond 1478 v.Chr. of 3100 v.Chr.

De Mahabharata: het epische verhaal
#

De dynastieke strijd
#

Het kernverhaal van de Mahabharata is de dynastieke strijd om de troon van Hastinapura, het koninkrijk van de Kuru-clan. Hastinapura en de aangrenzende koninkrijken liggen in de Doab, de regio van de rivieren de Boven Ganga (Ganges) en de Yamuna, ten noorden van het huidige Delhi. De twee takken van de familie die de strijd aangaan, zijn neven van elkaar: de Kaurava’s, de oudste tak van de familie, en de Pandava’s, de jongere tak.

De Pandava’s zijn de vijf zonen van koning Pandu en de Kaurava’s zijn de honderd zonen van de blinde koning Dhritarashtra en koningin Gandhari. De vijf Pandava’s zijn geen biologische zonen van Pandu, want die is vervloekt en mag geen seksuele gemeenschap hebben op straffe van de dood. Kunti, de echtgenote van Pandu, had echter in haar jeugd een mantra gekregen waarmee ze naar believen een god kon oproepen om een kind bij haar te verwekken. Die mantra gebruikte zij op verzoek van Pandu; tevens werd die mantra ook door Madri, de tweede vrouw van Pandu, gebruikt.

Zowel de Pandava’s als de Kaurava’s werden gezamenlijk opgevoed als prinsen aan het hof van Hastinapura. De intentie was om een gemeenschap te krijgen op basis van broederschap, maar van jongs af aan was er diepe verdeeldheid tussen de neven.

De blinde koning en de opvolging
#

Er wordt in het epos herhaaldelijk op gewezen dat Dhritarashtra blind is en in duisternis leeft. Een blinde koning kan het land niet goed besturen omdat hij geen inzicht heeft. Dat is ook de reden dat zijn halfbroer Pandu (letterlijk: ‘de bleke’ of ‘de witte’) tot koning wordt gekozen, tot grote ergernis van Dhritarashtra zelf, die de oudste is. Pandu ziet echter van het koningschap af omdat hij geen nageslacht kan verwekken (vanwege een vervloeking) en de dynastie daardoor zou uitsterven. Dat is de reden dat Dhritarashtra als plaatsvervangend koning in plaats van Pandu op de troon komt.

Het grote probleem ontstaat doordat Kunti en Madri (de vrouwen van Pandu de Bleke) alsnog vijf prachtige goddelijke kinderen krijgen door tussenkomst van goden. Gandhari, de vrouw van de blinde koning Dhritarashtra, die zich bij haar huwelijk uit loyaliteit met haar man geblinddoekt had, baarde echter (afgezien van een dochter Duhsala) na enkele jaren zwangerschap een afzichtelijke homp vlees die huilde als een jakhals. Er verschenen slechte voortekenen van komende rampspoed. Vidura en Kripa adviseerden de koning zijn zoon te doden. In plaats daarvan werd de vleesbal op advies van Vyasa in honderd stukken gesneden en in stenen kruiken met aarde gedaan en begoten met water: elk jaar ontstond daaruit een nieuwe zoon.

Symboliek van licht en duisternis
#

De Pandava’s zijn halfgoden en de Kaurava’s zijn uit aarde en vlees ontstaan en in stenen potten opgekweekt. Duidelijk is hier een dualistische licht-duister symboliek, of de dualiteit van het eeuwig stralende en het herhalend incarnerende – ook gezien als een strijd tussen goed en kwaad. De essentie van de komende strijd op leven en dood is Yudhishtira, zoon van de god Dharma. Hij is de oudste prins en derhalve de kroonprins. Dat wordt door de blinde koning bekrachtigd, maar in zijn hart geeft hij de voorkeur aan zijn eigen zoon Duryodhana (de oudste zoon). Dit conflict tussen Yudhishtira en Duryodhana is doorslaggevend.

Het brandende huis en de splitsing van het koninkrijk
#

Duryodhana bouwt een zeer brandbaar huis van was met de bedoeling de Pandava’s daarin te verbranden. Maar, gewaarschuwd door Vidura, ontsnappen ze aan de vlammenzee en verblijven een tijd in het bos, verkleed als brahmanen, tot het doodsgevaar is geweken. In de veronderstelling dat de Pandava’s dood zijn, benoemt de koning dan zijn oudste zoon Duryodhana tot kroonprins. Als na een tijdje Yudhishtira weer op het toneel verschijnt, zijn er opeens twee kroonprinsen. Dhritarashtra ziet geen andere oplossing dan zijn koninkrijk te splitsen.

Een onaanzienlijke, arme, dorre streek vol demonen, Khandavaprastha genaamd, wordt dan aan de Pandava’s gegeven en Yudhishtira wordt daar koning. Met de hulp van Krishna brengen zij dat land tot bloei en bouwen er een prachtige stad: Indraprastha. Als kroonprins Duryodhana daar op bezoek gaat, wordt hij jaloers en wil niet alleen zijn helft van het koninkrijk, maar het geheel. Daarbij komt nog dat zijn eer gekrenkt wordt omdat Draupadi hem uitlacht, omdat hij de spiegelingen van het paleis niet doorziet en in het water valt. Zij lacht en vernedert hem: ‘Duryodhana, een blinde zoon van een blinde vader.’ Die spiegelingen zijn het werk van de architect van het paleis, de koning van de rassen der reuzen, demonen en illusie: Maya of Mayāsura.

Het dobbelspel
#

Het kantelpunt in de Mahabharata is het dobbelspel tussen de beide takken van de familie. Het is een list van Shakuni, de oom van Duryodhana, om voor hem de totale macht in het hele koninkrijk te grijpen. De blinde koning staat dit toe omdat hij in dit dobbelspel een methode ziet om de problemen tussen de neven naar de toekomst te verschuiven.

De Pandava’s, de vijf halfgoden, verliezen in het dobbelspel al hun bezit, alles – inclusief zichzelf en hun gemeenschappelijke vrouw Draupadi. Dan wordt Draupadi (die geboren is uit vuur) aan haar haar door Dushasana naar de grote vergaderzaal van het paleis getrokken. Voor de koning, de heiligen, de wijzen en de prinsen wordt ze daar vernederd en men probeert haar te ontkleden. Krishna, als hoogste incarnatie van goddelijkheid, voorkomt dit. Op dat moment worden verschrikkelijke vervloekingen uitgesproken. Het noodlot is geschapen en de wet van oorzaak en gevolg zal leiden tot totale vernietiging.

De slag bij Kurukshetra en het einde
#

De strijd culmineert in de slag bij Kurukshetra en de Pandava’s zijn de uiteindelijke overwinnaars. De Mahabharata eindigt met de opstijging van Krishna naar zijn eeuwige verblijfplaats en het daaropvolgende einde van de dynastie en het eenworden met God (moksha) van de Pandava-broers. Sommige van de meest nobele en geachte personages vechten zelfs tegen hun eigen wil en wens mee aan de kant van de Kaurava’s vanwege de vóór het conflict aangegane allianties, loyaliteit en afhankelijkheden op grond van eed en trouw.

Symbolische interpretatie
#

De Pandava’s en de Kaurava’s, die in historische tijden een strijd op leven en dood zouden hebben gevoerd met bijna volledige vernietiging, staan symbool voor de strijd tussen licht en duister, tussen goden en demonen en alle wezens die daarbij gedacht kunnen worden. Volgens esoterische opvattingen heeft de strijd alleen plaats binnen in de mens die tot inzicht en wijsheid komt en zich tracht los te maken van zijn egocentrische beperkingen.

Personages
#

Aan de zijde van de Pandava’s
#

  • Yudhishtira – Halfgod, de oudste Pandava, staat erom bekend dat hij niet kon liegen. Toch vertelde hij eenmaal in zijn leven aan Drona dat Ashwattaman (de olifant) gedood was, waarbij hij het woord ‘de olifant’ fluisterde. Drona verstond dat niet en dacht dat zijn zoon Ashwattaman gedood was. Zijn strijdwagen, die tot dan een handbreedte boven de grond had gezweefd, kwam daarop met een klap op de aarde terecht. Omdat hij bewust zijn naam als altijd oprecht zijnde had misbruikt, verloor hij zijn goddelijke status. Hij staat ook bekend als Dharmaputra, omdat hij een zoon was van sterfelijke Kunti door de genade van Dharma, de god van de rechtvaardigheid, maar tevens als Dharmaraja of koning van de rechtvaardigheid. Yudhishtira staat ook bekend als de volmaaktheid van integriteit die ten val kwam vanwege een enkele terugval, en als een denker of beschouwer.

  • Bhima – Zoon van god Vayu (de wind) en de sterfelijke Kunti; een van de Pandava-broers wiens enorme kracht, grootte en gezagsgetrouwheid legendarisch zijn. Hij staat symbool voor energie en doorzettingsvermogen.

  • Arjuna – Halfgod, zoon van Indra (koning van de goden) en de sterfelijke Kunti; een meesterlijke boogschutter. Hij staat symbool voor concentratie en het denken.

  • Nakula en Sahadeva – Halfgoden, tweelingzonen van de Ashwins (tweelinggoden) en de sterfelijke Madri. Ze staan symbool voor de eenheid in dualiteit en broederschap. Ze zijn als geduld en zwijgzaamheid.

  • Krishna – Goddelijk, incarnatie van Vishnu. Als Duryodhana en Arjuna beiden komen vragen om zijn steun in de oorlog, stelt Krishna hen voor een keuze: aan de ene kant zijn leger met alle wapens, olifanten en strijdwagens, aan de andere kant zichzelf, alleen en ongewapend. Beiden kiezen naar hun eigen aard: Duryodhana kiest het leger en de wapens, Arjuna kiest Krishna als zijn wagenmenner. Symbool dat het denken zich laat leiden door wijsheid.

  • Ghatotkacha – Een zoon van de halfgod Bhima en Hidimbi, een rakshasa (een mensetende demon). Ghatotkacha had veel magische krachten en leeft in de wereld van de duisternis.

Aan de zijde van de Kaurava’s
#

  • Bhishma – De grandioze held die zijn koninkrijk had opgegeven en het celibaat had omarmd omdat zijn vader verliefd was geworden op een vissersdochter, en die van de goden de zegening had ontvangen zijn eigen tijdstip van overlijden te mogen kiezen. Hij stierf uiteindelijk op een bed van pijlen, neergelegd door zijn grootste vriend Arjuna, de Pandava-broer wiens leger tegen de zijde van Bhishma had gevochten.

  • Duryodhana – De oudste van de honderd zonen van de blinde koning Dhritarashtra en zijn geblinddoekte vrouw Gandhari, aanvoerder van de Kaurava’s. Hij is de dynamische, drijvende kracht achter de ontwikkelingen van de Mahabharata door zijn haat en afgunst jegens de Pandava’s. Slechts eenmaal had zijn moeder de blinddoek afgenomen na haar huwelijk om haar oudste zoon te kunnen zien. Fel licht scheen uit haar ogen, wat haar zoon onoverwinnelijk maakte. Krishna had dit voorzien en zijn dijen afgeplakt: dat werd zijn gevoelige en kwetsbare plaats. Toen Draupadi zijn slavin werd na het dobbelspel, toonde Duryodhana openbaar aan het hof obsceen zijn dijen aan Draupadi. Deze zwakke plaats leidde uiteindelijk tot zijn dood, toen op instigatie van Krishna in de strijd Bhima hem hier trof met zijn mace. Daarbij verloor Bhima zijn goddelijkheid vanwege het onder de gordel strijden tegen de erecode.

  • Drona – De goeroe (leraar) van zowel de Pandava’s als de Kaurava’s is geen Kshatriya maar een Brahmaan. Hoewel hij strijdt aan de kant van de Kaurava’s, ligt zijn sympathie (net als die van Bhishma) bij de Pandava’s. Zijn liefde voor zijn zoon Ashwattaman doet hem uiteindelijk de das om.

  • Kripa – Een hogepriester aan het hof van Hastinapura. Zijn tweelingzus Kripi was gehuwd met Drona.

  • Karna – De nobele strijder en stralende zoon van Surya, wiens enorme krachten hem tijdens de slag tekortschoten vanwege de twee vloeken die door zijn goeroe en een heilige over hem waren afgeroepen. Hij werd door zijn moeder Kunti uit schaamte (want hij werd door Surya verwekt toen Kunti nog bij haar ouders woonde en ongetrouwd was) in een rieten mandje gelegd en aan de rivier overgelaten. Hij werd als vondeling opgevoed, kende zijn afkomst niet en sloot zich aan bij de Kaurava’s. Karna is een halfbroer van de Pandava’s.

Neutraal
#

  • Vidura – Hij is de halfbroer van zowel Dhritarashtra als Pandu, maar geboren uit de gemeenschap tussen Vyasa en een dienstmeid van lagere kaste. Hij was minister-president aan het hof en vanwege zijn eerlijkheid werd hij Dharmaraja (god van de waarheid) genoemd. Hij was de enige die protesteerde tegen de vernedering van Draupadi na het dobbelspel van Shakuni en Yudhishtira. Ook hielp hij de Pandava’s door hen te waarschuwen over list en bedrog en moordplannen binnen het hof. Vanwege zijn onafhankelijkheid werd hij bij het uitbreken van de oorlog als minister-president ontslagen.

Goed en kwaad zijn niet absoluut
#

Merk op dat aan de goede zijde ook duistere krachten meevchten (Ghatotkacha) en aan de slechte kant ook lichtkrachten meewerken (Karna). De ware strijd tussen goed en kwaad bestaat volgens de Mahabharata niet; het probleem ontstaat wanneer je geen onderscheid meer tussen beide kunt maken.

Structuur: de achttien parva’s
#

De Mahabharata is geschreven in achttien parva’s (hoofdstukken of boeken):

  1. Adiparva – Inleiding, geboorte en opvoeding van de prinsen (adi = eerste).
  2. Sabhaparva – Leven aan het hof, het dobbelspel en de verbanning van de Pandava’s. Maya Danava bouwt het paleis en het hof (sabha) in Indraprastha.
  3. Aranyakaparva (ook wel Vanaparva) – De twaalf jaar verbanning in het woud (aranya).
  4. Virataparva – Het jaar van verbanning doorgebracht aan het hof van Virata.
  5. Udyogaparva – Voorbereidingen voor de oorlog.
  6. Bhishmaparva – Het eerste deel van de grote slag, met Bhishma als aanvoerder van de Kaurava’s. Onderdeel is de zogenaamde Bhagavad Gita, waarin verteld wordt wat Krishna, de mentor en wagenmenner van Arjuna, vóór de grote strijd tot Arjuna zegt.
  7. Dronaparva – De strijd gaat door, met Drona als aanvoerder.
  8. Karnaparva – Nogmaals de strijd, met Karna als aanvoerder.
  9. Shalyaparva – Het laatste deel van de slag, met Shalya als aanvoerder.
  10. Sauptikaparva – Hoe Ashwattama en de overgebleven Kaurava’s het leger van de Pandava’s doden in hun slaap (sauptika).
  11. Striparva – Gandhari en de andere vrouwen bewenen de doden (stri = vrouw).
  12. Shantiparva – De kroning van Yudhishtira en zijn instructies van Bhishma (shanti = vrede).
  13. Anushasanaparva – De laatste instructies van Bhishma (anushasana = instructie).
  14. Ashvamedhikaparva – De koninklijke ceremonie van ashvameda, geleid door Yudhishtira.
  15. Ashramavasikaparva – Dhritarashtra, Gandhari en Kunti vertrekken naar een ashram, en hun uiteindelijke dood in het woud.
  16. Mausalaparva – De onderlinge strijd tussen de Yadava’s met staven (mausala).
  17. Mahaprasthanikaparva – Het eerste deel van de weg naar de dood van Yudhishtira en zijn broers (mahaprasthana = de grote reis = de dood).
  18. Svargarohanaparva – De Pandava’s keren terug naar de spirituele wereld (svarga = hemel).

Er bestaat ook nog een supplement van 16.375 verzen, de Harivamsaparva, dat speciaal gericht is op het leven van Krishna.

Belangrijke deelverhalen
#

De belangrijkste werken en verhalen in de Mahabharata zijn de volgende. Ze worden apart gepresenteerd als zelfstandige werken:

  • Bhagavad Gita – Krishna geeft onderwijs en instructies aan Arjuna (Bhishmaparva)
  • Nala en Damayanti – Een liefdesverhaal (Aranyakaparva)
  • Krishnavatara – Het verhaal van Krishna, de Krishna Leela, dat door veel van de hoofdstukken heen geweven is
  • Rama – Een verkorte versie van de Ramayana (Aranyakaparva)
  • Rishyasringa – Ook geschreven als Rshyashrnga, de gehoornde jongen en rishi (Aranyakaparva)
  • Vishnu Sahasranama – De beroemdste hymne aan Vishnu, die zijn duizend namen beschrijft (Anushasanaparva)

De Kritische Editie
#

Gedurende de twintigste eeuw hebben onderzoekers de vroegst bewaard gebleven exemplaren van de regionale varianten van het werk gebruikt om een samengesteld referentiewerk te ontwikkelen, dat bekendstaat als de Kritische Editie van de Mahabharata. Dit project werd voltooid in 1966 aan het Bhandarkar Oriental Research Institute in Poona (India).

De Mahabharata in de moderne tijd
#

Van de Mahabharata wordt wel gezegd dat het de essentie en de som vormt van de Veda’s en andere Indiase geschriften. Het bevat grote hoeveelheden ingevoegde mythologie, kosmologische verhalen van de goden en godinnen, en filosofische parabels gericht aan studenten in de filosofie. De verhalen worden gewoonlijk aan kinderen verteld bij religieuze gelegenheden, maar ook gewoon thuis.

Eind jaren tachtig werd de Mahabharata uitgezonden op de Indiase staatstelevisie. De uitzendingen waren zo populair dat de straten tijdens de uitzendingen uitgestorven waren en zelfs vergaderingen van het kabinet werden verplaatst om de ministers de kans te geven te kijken. Tegenwoordig zijn er talloze miniseries en stripboeken met het verhaal. Het epos werd ook diverse malen verfilmd. Voor westerlingen het meest toegankelijk is de vijf uur durende filmversie van Peter Brook uit 1989 (The Mahabharata).

Verklarende woordenlijst
#

TermBetekenis
AdiparvaEerste boek van de Mahabharata; inleiding, geboorte en opvoeding van de prinsen
ArjunaHalfgod, zoon van Indra, meesterlijke boogschutter en een van de vijf Pandava-broers
arthaEen van de vier levensdoelen; rijkdom, voorspoed, materieel welzijn
AshramavasikaparvaVijftiende boek; Dhritarashtra, Gandhari en Kunti vertrekken naar een ashram
AshvamedhikaparvaVeertiende boek; de koninklijke paardenceremonie (ashvameda) geleid door Yudhishtira
AshwattamanZoon van Drona; overleeft de slag en doodt het slapende leger van de Pandava’s
Bhagavad GitaHeilig geschrift binnen de Mahabharata; Krishna geeft onderwijs aan Arjuna (onderdeel van Bhishmaparva)
BharataAlternatieve naam voor de Mahabharata; ook een legendarische koning en voorouder van beide strijdende partijen
BhimaHalfgod, zoon van Vayu, een van de vijf Pandava-broers; bekend om zijn enorme kracht
BhishmaGrootvader van beide strijdende partijen; onthoudt zich van het koningschap en strijdt aan de zijde van de Kaurava’s
BhishmaparvaZesde boek; eerste deel van de grote slag met Bhishma als aanvoerder; bevat de Bhagavad Gita
BrahmaanDe hoogste kaste; priesters en geleerden
DharmaEen van de vier levensdoelen; plicht, rechtschapenheid, morele orde; ook een god
Dharmaraja‘Koning van de rechtvaardigheid’; bijnaam van Yudhishtira en Vidura
DhritarashtraDe blinde koning van Hastinapura, vader van de honderd Kaurava’s
DoabLandtong tussen de rivieren Ganga en Yamuna, ten noorden van Delhi
DraupadiGemeenschappelijke vrouw van de vijf Pandava’s; geboren uit vuur; centraal figuur in het dobbelspel
DronaGoeroe (leraar) van zowel Pandava’s als Kaurava’s; strijdt aan de zijde van de Kaurava’s
DronaparvaZevende boek; de strijd gaat door met Drona als aanvoerder
DuryodhanaOudste van de honderd Kaurava’s; de belangrijkste antagonist van de Pandava’s
DushasanaTweede Kaurava-broer; vernedert Draupadi door haar aan haar haar te trekken
GandhariVrouw van Dhritarashtra; draagt uit loyaliteit een blinddoek; moeder van de honderd Kaurava’s
GaneshaGod met olifantshoofd; schreef op bevel van Vyasa de Mahabharata op
GhatotkachaZoon van Bhima en de demon Hidimbi; vecht aan de zijde van de Pandava’s
HarivamsaparvaSupplement van 16.375 verzen; speciaal gericht op het leven van Krishna
HastinapuraHoofdstad van het Kuru-koninkrijk; ‘Stad van de olifanten’
HindoeïsmeDe overheersende godsdienst van India
IndraKoning van de goden; vader van Arjuna
IndraprasthaPrachtige stad gebouwd door de Pandava’s met hulp van Krishna
itihasaLetterlijk ‘dat wat gebeurd is’; aanduiding voor epische geschriften zoals de Mahabharata
JayaKorter voorwerk dat aan de Mahabharata voorafging; betekent ‘Overwinning’
kamaEen van de vier levensdoelen; begeerte, genot, verlangen
karmaWet van oorzaak en gevolg; handeling en de morele consequentie daarvan
KarnaZoon van Surya en Kunti (voor haar huwelijk); halfbroer van de Pandava’s; strijdt aan de zijde van de Kaurava’s
KarnaparvaAchtste boek; de strijd met Karna als aanvoerder
Kaurava’sDe honderd zonen van Dhritarashtra; de oudste tak van de familie, antagonisten in het epos
KhandavaprasthaDorre, arme streek vol demonen die aan de Pandava’s wordt gegeven
KripaHogepriester aan het hof van Hastinapura
KrishnaIncarnatie van Vishnu; wagenmenner en raadgever van Arjuna; centraal figuur in de Bhagavad Gita
KrishnavataraHet verhaal van Krishna (Krishna Leela) door de Mahabharata heen
KshatriyaDe krijgerskaste; edelen en vorsten
KuntiEerste vrouw van Pandu; moeder van Yudhishtira, Bhima en Arjuna (via goden)
KuruDe clan waartoe zowel Pandava’s als Kaurava’s behoren
KurukshetraHet slagveld waar de beslissende strijd plaatsvindt
MadriTweede vrouw van Pandu; moeder van Nakula en Sahadeva (via de Ashwins)
MahabharataGroot Indisch epos; ‘het grote India’ of ‘de gehele wereld’
MahaprasthanikaparvaZeventiende boek; de grote reis (dood) van Yudhishtira en zijn broers
ManasEen van de twee langste epische werken ter wereld (samen met koning Gesar)
mantraHeilige formule of klank; gebruikt door Kunti om goden op te roepen
MausalaparvaZestiende boek; onderlinge strijd tussen de Yadava’s
Maya (Mayāsura)Architect van het paleis in Indraprastha; koning der reuzen, demonen en illusie
mokshaEen van de vier levensdoelen; bevrijding uit de cyclus van wedergeboorte
NakulaEen van de vijf Pandava-broers; tweelingbroer van Sahadeva, zoon van de Ashwins
Nala en DamayantiLiefdesverhaal binnen de Mahabharata (Aranyakaparva)
Pandava’sDe vijf zonen van Pandu; de jongere tak van de familie, protagonisten in het epos
PanduVader van de vijf Pandava’s (hoewel niet biologisch); ‘de bleke’ of ‘de witte’
parvaBoek of hoofdstuk van de Mahabharata; er zijn achttien parva’s
rakshasaMensetende demon; Hidimbi (moeder van Ghatotkacha) is een rakshasa
RamaVerkorte versie van de Ramayana binnen de Mahabharata (Aranyakaparva)
RamayanaHet andere grote Indische epos, naast de Mahabharata
RishyasringaVerhaal over de gehoornde jongen en rishi (Aranyakaparva)
SabhaparvaTweede boek; leven aan het hof, het dobbelspel en de verbanning
SahadevaEen van de vijf Pandava-broers; tweelingbroer van Nakula, zoon van de Ashwins
SanskrietOude heilige taal van India; taal waarin de Mahabharata is opgetekend
SauptikaparvaTiende boek; Ashwattaman doodt het slapende leger van de Pandava’s
ShakuniOom van Duryodhana; meester in het dobbelspel; zet het dobbelspel op touw
ShalyaparvaNegende boek; laatste deel van de slag met Shalya als aanvoerder
ShantiparvaTwaalfde boek; kroning van Yudhishtira en instructies van Bhishma
StriparvaElfde boek; Gandhari en de andere vrouwen bewenen de doden
SuryaZonnegod; vader van Karna
TrimurtiHindoeïstische drie-eenheid: Brahma (schepper), Vishnu (onderhouder) en Siwa (verwoester)
UdyogaparvaVijfde boek; voorbereidingen voor de oorlog
VayuWindgod; vader van Bhima
Veda’sOudste heilige geschriften van het hindoeïsme
ViduraHalfbroer van Dhritarashtra en Pandu; minister-president; waarschuwt de Pandava’s
VirataparvaVierde boek; het jaar van verbanning doorgebracht aan het hof van Virata
VishnuOnderhouder; onderdeel van de Trimurti; Krishna is een incarnatie van Vishnu
Vishnu SahasranamaHymne die de duizend namen van Vishnu beschrijft (Anushasanaparva)
VyasaWijze die de Mahabharata dicteerde; zelf een personage in het epos
YudhishtiraOudste van de vijf Pandava-broers; zoon van Dharma; kroonprins en later koning

Gerelateerde artikelen

Panji Semirang

Een prins verliest zijn bruid aan de vooravond van hun huwelijk. Ze verdwijnt spoorloos uit de bruidskamer – meegenomen door een god tijdens een storm. Wat volgt is een obsessieve zoektocht vol mysterieuze verdwijningen, gedaanteverwisselingen, vermommingen en herlevingen.

Tayungan (basistechniek)

Deze tekst beschrijft de basisdans Tayungan, een oefenvorm die elke student van de klassieke Javaanse dans doorloopt om de fundamentele bewegingen onder de knie te krijgen. Hierin worden de belangrijkste figuren en dansmotieven (kembangans) uitgelegd, evenals de functie van de Tayungan in de dansopleiding. Tot slot wordt de gewenste kleedij voor de les besproken.

Richtlijnen Javaanse Dansen

Hier lees je enkele richtlijnen die wij toepassen in onze dansoefeningen. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor iedereen die de Javaanse danskunst beoefent en een warm hart toedraagt.