Adon-adon Rajamala

Radèn Kencoko wil koning Matswapati van het land Wiratha verstoten door hem uit te dagen voor een hanengevecht met mensen in plaats van met echte kippen, zodat het gevecht niet teveel opvalt. Radèn Rajamala is zijn tegenstander.

Adon-adon Rajamala

Radèn Kencoko wil koning Matswapati van het land Wiratha verstoten door hem uit te dagen voor een hanengevecht met mensen in plaats van met echte kippen, zodat het gevecht niet teveel opvalt. Radèn Rajamala is zijn tegenstander.

Koning Matswapati vraagt zijn zoon Seta om een tegenstander te zoeken voor Rajamala. Seta heeft Radèn Balawa uit het dorp Pejagalan op het oog. Hij is een pleegzoon van Jagal Walakas.

Tijdens het gevecht kan Balawa echter niet overwinnen van Rajamala omdat als hij hem doodt, deze steeds in de vijver Watari gegooid wordt en weer tot leven komt. Daarom helpt Balawa’s broer Wrehatnala hem door een giftige pijl in de vijver te schieten waarna de vijver begint te koken.

Wanneer Balawa voor de zoveelste keer Rajamala heeft gedood, gooit Kencoko hem wederom de vijver in. Maar deze keer heeft Wrehatnala de vijver vergiftigd en komt Rajamala niet meer tot leven. Zijn lichaam spat uit elkaar.

Nu vecht Kencoko zelf tegen Balawa en wordt Kencoko zelf gedood. Rupakenca ziet Kencoko’s dode lichaam en wil wraak nemen, maar Wrehatnala doodt hem ook. Koning Matswapati is blij dat de rust en vrede is teruggekeerd in het land Wiratha en dat Balawa en Wrehatnala de coupplegers hebben verslagen.